Mijn lievelingsseizoen sluipt op kousenvoeten binnen. De lucht geurt knisperend fris, de eerste vliegenzwammen en kruidnoten zijn gespot, de kraanvogels zijn aan het trekken en de amberboom laat zijn gekleurde bladeren op het tuinpad vallen.
En stoken wij ons te pletter!
Na de koude lente in Groningen waar we ons enkel konden warmen aan de mooie JAcobuskachel van de boer hakten we eindelijk de knoop door. Twintig jaar terug, bij de koop van dit huis, wilden we het al. De soft spots in de plafonds waren al aangebracht.
Maar we lieten ons ompraten.
Een gashaard maar met net echt vuur. Geen moeite. Een druk op de knop en er waren wilde vlammen.
Twintig jaar veel plezier van gehad maar ‘t bleef nep.
Toen ging hij kapot.
Kon ook niet meer gemaakt.
Begin zomer had de houtkachelman natuurlijk best ruimte in zijn agenda. Een enorme bende want in drie kamers moest een schoorsteen met koof worden aangelegd.
En zo milieuvriendelijk mogelijk want in 2030 komen er in Europa nieuwe strenge emissieregels.
Bergen hout werden gestort en Peter las de ‘houtbijbel’ ( de man en zijn hout ) van voor naar achter.
Er komt geen foute splinter hout in.
Niks geen pallethout of klusafval.
Enkel 3 jaar goedgedroogd eiken en beukenhout.
En enkel als het mag van ‘Fikkie’, de wel of niet stookwijzer.
Nu is het een nieuwe sport om met zo min mogelijk vloerverwarming de winter door te komen.
Ik oefen al op de Zwitserse stapelmethode.
Voor als ik alleen thuis ben.
Plannen voor een kleiner huis zijn minstens 10 jaar uitgesteld.
Want zonde van het geld.
Wij zitten aan t eind van de avond tegenwoordig met de lampen uit zwijgend naar de vlammen te turen.
Prachtig!